Pers

Interview

Ter gelegenheid van Wereldvluchtelingendag 2016 interviewde RTV Noord-Holland Nosrat over de tentoonstelling 'Weer toekomst!' in Museum Hilversum:


Expositie ‘Weer toekomst!’ van Fotograaf des Vaderlands Ahmet Polat

Eén van de geportretteerden is Nosrat Mansouri Gilani die in 1992 uit Iran naar Nederland vluchtte. Hij studeerde in 1999 af aan de Gerrit Rietveld Academie en werkt als kunstenaar. Dat hij nu door Polat als vluchtelingambassadeur naar voren wordt geschoven, is nog wel een beetje wennen, zegt hij. “Maar waarschijnlijk is het goed om te laten zien wat er van ons terecht is gekomen. We zijn als iedereen hier. We leven ons leven, doen ons werk. Meer is het niet.”

Link naar het artikel >>

Artikel Volkskrant naar aanleiding van de aanslag in Parijs in 2015

'Als God bestaat, dan moet hij mensen gelukkig maken', zegt Nosrat Mansouri Gilani, die jaren geleden uit Iran naar Nederland vluchtte. 'Wat er vandaag gebeurde, klopt daarom niet. Deze mensen moorden voor een God die mensen gelukkig zou moeten maken. Ik kan daar niet bij.'

Link naar het artikel >>

Nieuw Amsterdams Peil

Integreren met de Amsterdamse School

Marlie van Zoggel - 12 Feb 2016

“Hier in Amsterdam zal niemand jou accepteren als Amsterdammer, tenzij je dat zelf als eerste accepteert.” Het zijn de, bijna poëtische, woorden van kunstenaar Nosrat Mansouri Gilani (46). In 1991 vluchtte hij vanuit Iran. Bijna een kwart eeuw later werd hij door Stichting De Werkelijkheid gevraagd samen met een groep kunstenaars de Spaarndammerbuurt voor te bereiden op de komst van een nieuw AZC.

“Soms heb je een plan, maar word je simpelweg ingehaald door de realiteit” zegt Gilani over het AZC dat gebouwd gaat worden in de houthavens in Amsterdam-West. Gilani werd begin 2014 gevraagd voor het project 'Ondertussen in de Spaarndammerbuurt'. Destijds kon niet worden voorzien dat de instroom van vluchtelingen zo groot zou zijn. Dat er, voor de oplevering van het AZC in 2018, ruimte gemaakt moest worden voor drie noodopvanghuizen in de stad.

Het doel van het project is om oude en nieuwe buurtbewoners met elkaar in contact te brengen. Er worden ontmoetingen georganiseerd waar inwoners van de Spaarndammerbuurt elkaar beter leren kennen door het maken van kunst en theater. Zij worden bijgestaan door kunstenaars zoals Gilani, veelal met een achtergrond als voormalig vluchteling.

Gilani maakt voornamelijk beeldende kunst. Vluchtelingen zijn een terugkerend thema in zijn werk. “Het is de link tussen mijn heden als kunstenaar en verleden als vluchteling.” De Iranier groeide op in de hoofdstad Teheran. Nadat de revolutie in de jaren zeventig niet tot de gehoopte democratische verandering had geleid, besloot hij te vluchten. Hij was drieentwintig toen hij in Nederland arriveerde. Kunst maakte hij tot dan toe niet. Na een kort verblijf in een AZC in Almere, vond hij een kamer in Amsterdam.

In een poging de stad te leren kennen begon hij de Amstel te fotograferen. Het werd een ritueel. Iedere maand nam hij een foto, genomen vanaf precies dezelfde plek op de Weesperzijde. Op de foto’s vielen hem vooral de huizen op de achtergrond op. Het waren woningen van de diamantbuurt, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School.

Zelf beschrijft hij de ontdekking van de bouwstijl als een magisch moment, nog altijd de grootste inspiratiebron voor zijn werk als beeldend kunstenaar. “De Amsterdamse School heeft het mogelijk gemaakt dat je als gewone burger kan wonen in een paleis. De waardering voor arbeiders is hier normaal, maar voor Iraniërs slechts een idealisme.” “De ontdekking van de School is uiteindelijk een gids geweest om mijn culturele identiteit als Amsterdammer te vinden.” Sinds 2000 probeert hij anderen daar ook bij te helpen. Gilani is werkzaam in AZC’s. “De plek waar ik mijn beeldende taal heb ontwikkeld.”

Voor het project in de Spaarndammerbuurt maakte hij een vuurtoren, uiteraard in de stijl van de Amsterdamse school. Daarmee probeert hij de inspiratie te delen met de huidige bewoners van de Spaarndammerbuurt. Bovendien moet het een veilig uitzichtpunt worden voor de toekomstige bewoners van het AZC.

De felle reacties in het vluchtelingendebat doen hem niets. “Dit is Amsterdam. Iedereen zegt wat hij denkt.”

Maquette vuurtoren


FOLIA:

'Papieren bootjes moeten vluchtelingen een gezicht geven'

Tekst: Willem van Ewijk

Een houten geraamte met papieren bootjes in het Kohnstammhuis moet bootvluchtelingen 'van de vergetelheid redden'. Kunstenaar Nosrat Mansouri Gilani legt uit wat hij daarmee bedoelt.

‘Zelf ben ik al vijftien jaar bezig met vluchtelingen,’ zegt Nosrat Mansouri Gilani. De kunstenaar is begin jaren negentig vanuit Iran naar Nederland gevlucht.

Tien jaar later rondde hij een studie af aan de Gerrit Rietveld Academie en ging hij in de cultuureducatie werken. Op scholen en in buurtcentra probeerde hij mensen in contact te brengen met kunst. Hij heeft er altijd voor gewaakt om, nu het met hem zo voortvarend ging, de vluchtelingen te vergeten. Gilani bleef ze opzoeken en keerde terug op asielzoekerscentra. Dit keer niet als vluchteling, maar als docent beeldende kunst.

Nosrat Mansouri Gilani

Het viel hem op hoe weinig mensen buiten de asielzoekerscentra over de vluchtelingenproblematiek wisten. Af en toe kwam het nieuws over vluchtelingen in de krant. ‘Als er weer een boot was gezonken,’ zegt Gilani, en dan nog werd er niet meer bericht dan het cijfer van het aantal doden. Vluchtelingen moesten een gezicht krijgen, vond Gilani.

Met alle aandacht in kranten en op de televisie van de afgelopen weken lukt dat al aardig, weet hij. Maar Gilani is ook realistisch: de afgelopen vijftien jaar heeft hij genoeg gezien om te weten dat die aandacht zomaar weer over kan zijn.

Nosrat Mansouri Gilani

Om dat te voorkomen greep Gilani terug op wat hij zo goed kan. Hij bouwde een monument voor de bootvluchtelingen en exposeerde het in de publieke ruimte. ‘Dit kunstwerk heb ik anderhalf jaar geleden al gebouwd,’ zegt Gilani. Nadat mensen van het UAF het kunstwerk zagen zijn ze samen naar de Hogeschool van Amsterdam gestapt.

Het houten geraamte staat nu in de hal van het Kohnstamhuis, bij FLOOR, het debatcentrum van de Hogeschool van Amsterdam. Volgens de HvA is het ‘een altaar voor de bootvluchtelingen’. Studenten en medewerkers worden uitgenodigd om zelf een papieren bootje te vouwen en die in het geraamte te hangen.

Nosrat Mansouri Gilani

Maar in het houten geraamte hangen geen foto’s van vluchtelingen en in de hal van het Kohnstamhuis zijn ook niet altijd vluchtelingen aanwezig om over hun vluchtverhaal te vertellen. Hoe kan Gilani’s kunstwerk er dan toch voor zorgen dat vluchtelingen een gezicht krijgen?

Met zijn kunstwerk wil Gilani het gesprek over de vluchtelingenproblematiek levend houden. Hij zal op woensdag 21 oktober zelf in de zaal van het Kohnstamhuis zijn om met studenten en medewerkers in gesprek te gaan, om over zijn eigen vluchtverhaal te vertellen, en over de vluchtelingen die hij heeft ontmoet sinds hij vijfentwintig jaar geleden zelf uit Iran naar Nederland vluchtte.

Het kunstwerk was tot en met 23 oktober 2015 te zien in de centrale hal van het Kohnstammhuis. Lees ook de vluchtelingenspecial van Folia, met daarin het artikel ‘Vluchtig maar oprecht’, over hoe de belangstelling voor vluchtelingen net zo snel weer kan verdwijnen als zij is opgekomen.


Mug Magazine:

Iraanse kunstenaar gek op Mokum

De fotograaf Nosrat Mansouri vluchtte naar Nederland. Zijn expositie ‘Licht van de stad’ is een ode aan de schoonheid van Amsterdam.

In het hart van de stad, aan de Keizersgracht, ligt het prachtige Bob Vlakehuis. Al meer dan twintig jaar stelt Bob Vlake zijn pand ter beschikking aan beginnende kunstenaars, om ze zo een eerste kans te geven. Maar nu krijgt het pand een nieuwe bestemming: Bob wil graag kunstenaars met een vluchtelingenachtergrond een plek geven. De Iraanse fotograaf Nosrat Mansouri (44) had de eer om er als eerste te mogen exposeren.

Bob Vlake is een organisatiedeskundige in ruste, met een grote liefde voor kunst en muziek. Op het moment draagt hij zijn pand langzaamaan over aan het UAF , een stichting die vluchtelingen helpt bij het ontplooien van hun talent. Vlake zelf is op leeftijd en wil er zo voor zorgen dat het pand in goed beheer achterblijft. Nosrat is dankbaar voor alles wat Vlake voor de kunst en gevluchte kunstenaars doet. Zo midden in de stad mogen werken is voor Nosrat een droom, hij heeft lang gezocht naar zijn plek in de stad.

n 1992 kwam Nosrat naar Amsterdam omdat hij zich in Iran niet meer veilig voelde. Hij zat daar in een linkse jeugdbeweging en vluchtte toen het regime actief begon te jagen op dit soort groepen. Hij voelde zich niet meteen geaccepteerd in de Amsterdam. “Maar als ik nu terugkijk dan lag dat meer aan mij dan aan de stad”, verklaart Nosrat. Hij besefte dat het vooral vanuit hemzelf moest komen. “Het is niet zo dat Amsterdam jou moet accepteren; je moet zelf accepteren dat je een Amsterdammer bent”, filosofeert hij.

Voor de expositie heeft Nosrat een fotoserie gemaakt waarbij hij een jaar lang elke maand een foto maakte van de Amstel. Altijd op dezelfde plek bij de Weesperzijde, uitkijkend op de Diamantbuurt. Twaalf verschillende beeldend kunstenaars, die allemaal ook vluchteling zijn, hebben interpretaties gemaakt van deze foto’s en het resultaat daarvan is de expositie die nu het Bob Vlakehuis te zien is.

Altijd op zoek naar schoonheid en verbinding

Nosrat koos voor dit plekje omdat de Amstel hier op zijn breedst is en uitzicht biedt op de woningen in Amsterdamse School-stijl van de ­Diamantbuurt. “De Amsterdamse School was bedoeld om iedereen in Amsterdam mooi te laten wonen. Dat vind ik heel bijzonder. Ze hebben daar paleisjes gebouwd voor de arbeiders.”
Maar toen hij de fotoserie in 2009 en 2010 maakte, was niet alles mooi aan de Diamantbuurt. Er waren veel problemen met jeugdbendes die de buurt terroriseerden. Het ging veelal om groepen allochtone jongeren, kinderen van migranten. “Ze deden daar precies het tegenovergestelde van wat ik doe. Ik probeer juist de schoonheid van de stad te laten zien om mij meer Amsterdammer te voelen”, zegt hij vol onbegrip. “De meesten zijn hier geboren en beseffen niet in wat voor bijzondere stad ze wonen.”
Nosrat vindt het dan ook leuk om te merken dat alle kunstenaars die aan deze expositie hebben meegewerkt wél zien wat er bijzonder is aan Amsterdam. “De kunstenaar is altijd op zoek naar schoonheid en verbinding”, legt hij uit. “Er zijn natuurlijk ook kunstenaars die protesteren tegen een streng regime of een oorlog maar in Nederland is meer ruimte om in harmonie te zijn met je omgeving.”
Hoe hij over de stad praat, bewijst zijn stelling. “Ik heb nooit meer het gevoel dat ik me niet welkom voel. Dan zegt in de supermarkt bijvoorbeeld zo’n Amsterdamse oma tegen me: ‘Hé schat, kun je even helpen?’ Wat wil je nog meer Dat is toch echt Amsterdam?”

De expositie ‘Licht van de stad’ was van december 2013 tot februari 2014 te zien in het Bob Vlakehuis, Keizersgracht 166.

Tekst: Jesse van Amerongen Beeld: George Maas/Fotonova

Naar boven