Nosrat Mansouri Gilani

- beeldend kunstenaar -

Over mij

Vluchteling zijn heeft een voordeel. Namelijk dat je van alles moet ontdekken. Er is sprake van genot. Dit vertel ik omdat ik geloof dat mijn werk een product is van alles wat ik met mij meedraag, en dat je zonder mijn achtergrond te kennen de essentie van mijn werk mist.

Als kunstenaar ben je bewust of onbewust continu in contact met alles wat je ooit in je brein hebt opgeslagen. Dus ontstaat mijn kunst in de context van twee omgevingen. Die van voor het vluchten en die nieuwere. Daar ben ik hartstikke blij om. Twee goudmijnen.

Nosrat Mansouri Gilani


Spaarndammerbuurt en het azc in de Houthaven

Ik wandel in sprookjesland.

Ik word betoverd.

Ik wandel in de wens van mijn Iraanse vader, in zijn paleizen voor de arbeiders. Gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School, een statement als het gaat om bouwen met respect voor de mens.

In de Spaarndammerbuurt is de Amsterdamse School in vorm en ziel aanwezig. Het Schip is één van de drie blokken arbeiderswoningen aan de Zaanstraat die zijn ontworpen door Michel de Klerk, en groeide uit tot het icoon van deze stroming in de architectuur. De blokken werden in de periode 1914-1921 gebouwd. Niet eerder was er zoveel zorg besteed aan de vormgeving van arbeiderswoningen, die echt als paleizen bedoeld waren.

Ik ben tot mijn vlucht uit Iran in een omgeving opgegroeid waar men altijd naar paleizen voor de arbeiders verlangde; vanuit het oogpunt van het klassiek marxisme en uit idealisme. Voor veel Europeanen is de waardering en 'verheffing' van de arbeider iets dat in het verleden is bereikt. In Iran, en in andere landen waar veel vluchtelingen vandaan komen, is dit nog steeds heel ongewoon. Na de revolutie in Iran, die bedoeld was voor het volk, vertoonden de nieuwe machthebbers al snel totalitaire trekjes. Dit vormde en vormt nog steeds een belangrijke reden om het land te ontvluchten. Ironisch of treffend genoeg worden vluchtelingen nu gehuisvest in een azc onder de rook van Museum 'het Schip en de Amsterdams school'. In de schaduw van een sieraad.

Vuurtoren

Vuurtoren zal een gebaar zijn vanuit de buurt naar de bewoners van het azc in de Houthaven.

Hier staat hij! De vuurtoren is een object uit sprookjesland, maar ook een verbeelding van een veilige haven. Een eerbetoon aan de verbeelde idealen van de Amsterdamse School aan de overkant van de straat.

De Vuurtoren is mijn verhaal. De Vuurtoren is ook een kader voor verhalen van buurtbewoners. Kunstenaars uit de buurt gaan met die verhalen de lege kaders in het object invullen. De vuurtoren vult zich zo met mensen uit de buurt, en raakt in de buurt verankerd. De vormgeving van de verhalen zal van een afstand te zien zijn. Nieuwsgierigen zullen de boot moeten nemen om de verhalen van dichtbij te bekijken en te ontcijferen.


Sculpturen & objekten

Altaren

Een altaar is een object dat in alle culturen bestaat. Met zorg gemaakt, ambachtelijk, veranderend en zich vormend in de tijd. Het Altaar in Iran is diep verankerd in de cultuur en geschiedenis van het land . Het heeft zich door de jaren heen kunnen redden door zich aan te passen aan veranderingen. Vergelijk het met de evolutie van dierensoorten en planten. Je herkent de mammoet in een olifant. Zo iets.

In Iran is het altaar de plek waar je naartoe gaat als er geen oplossingen meer zijn. Een eindpunt. Een wonder dat uitkomst moet bieden. De belichaming van hoop. Elk altaar is een monument. Om mensen en dingen te redden uit de vergetelheid. Het eerste altaar dat ik heb gemaakt, heet “voor de bootvluchteling”. Voor mij is de bootvluchteling een uitvloeisel van Afrika. De altaren zijn gemaakt van blik en ijzer, de materialen waarvan men daar speelgoed maakt. Speelgoed staat voor onschuld. Het altaar is een monument van de onschuld.

Monument voor de Bootvluchteling - Maquette

Kraai heeft de sleutel - blik en ijzer - 46x41 cm

Kraaien uit India - blik en ijzer - 50x32 cm

Rooie reigers - blik en ijzer - 32x26 cm

Zonder titel - blik en ijzer - 32x27 cm

Zonder titel - blik en ijzer - 39x39 cm

Zonder titel - blik en ijzer - 62x51 cm

Vier kraaien - blik en ijzer

Eendjes uit Gaza - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Heemskerk - blik en ijzer

Mahiha - blik en ijzer

Mohere O Mahi - blik en ijzer

Zuid Frankrijk - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Zonder titel - blik en ijzer

Ben Ali Libi de goochelaar - blik en ijzer

BEN ALI LIBI

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink

Alice - blik en ijzer

Rotonde - ijzer en oud blik

Zemestan/Winter - Drieluik, ijzer - 110 x 53 cm

Horoscoop - blik en ijzer

Reigers aan de Amstel - blik en ijzer

Projecten


Voor mijn zus en alle andere zussen

Voor de revolutie van 1978 was in Iran het dragen van een stropdas normaal. Zo hadden mijn vader en mijn broers een kast vol stropdassen. Na de revolutie was het dragen van een stropdas een symbool van westers imperialisme geworden, dat geen plaats meer had in het nieuwe Islamitisch revolutionair land.

Ik was toen 8 of 9 jaar.

Mijn zus heeft met al onze overbodige stropdassen een groot, mooi dekbed voor mij gemaakt. Ik werd elke dag wakker met de stralen van de zon door de stropdassen in mijn ogen. Een mooi begin van de dag. Dit beeld is mij altijd bijgebleven. Dat heeft mijn zus voor mij gecreëerd.

Op een dag hoorde ik mijn zus lachend tegen mijn vader vertellen: ´ik was bij de kruidenier om de hoek. De kruidenier zei dat hij niets meer aan mij zou verkopen behalve als ik voortaan een hoofddoek zou gaan dragen.´

Mijn zus is bioloog en tijdens de revolutie en vlak daarna was ze afdelingshoofd in een grote medicijnen fabriek. Langzaam maar zeker werd het werken haar onmogelijk gemaakt. Zij is eigenlijk haar functie uit gepest. De boodschap was duidelijk. Een vrouw als leidinggevende wordt niet meer getolereerd in het nieuwe land.

In de tussentijd was de man van mijn zus, ontslagen en gevangen gezet.

Zo zijn mijn zus en haar kind letterlijk op straat beland. Zij is naar ons ouderlijk huis terug gegaan. Om haar zoon te kunnen onderhouden moest mijn zus weer gaan werken.

Het dragen van een hoofddoek was inmiddels verplicht. De regering had een paar richtlijnen vast gesteld. Het was een soort uniform met bepaalde kleuren die vrouwen verplicht moesten dragen. En natuurlijk een hoofddoek. Een vierkant stuk stof dat zwart moest zijn of één van de donkere kleuren die waren toegestaan.

De vrouwen ontdekten snel wat en waar de grenzen waren. Een kleine bloem op de onderste hoek van de hoofddoek borduren. Dat kon en deden steeds meer vrouwen. Mijn zus had een nieuwe baan. Bloemen borduren op hoofddoeken.

Mijn zus had voor de revolutie van 1978 in de gevangenis gezeten. Toen ze vrij kwam had ze een paar kleine bloempjes meegenomen. Als kind vond ik ze hartstikke mooi. Toen ik ouder werd kwam ik er achter wat het verhaal van die bloemen was.

De bloemen waren gemaakt van broodresten en ingekleurd met antibiotica. Die kreeg mijn zus tegen de ontstekingen die zij tijdens martelingen opliep. Kabelklappen op haar voeten, net zolang tot vlees, vel en bloed niet meer te onderscheiden waren. En daarvoor kreeg ze dan antibiotica in gekleurde papiertjes. Slaan op nog niet genezen wonden heeft nog meer effect.

Het verhaal van mijn zus heb ik in een drieluik vorm gegeven.

  1. Een martelbed bezaaid met bloemen gemaakt van brood deeg. (Zie boven)
  2. Een hoofddoek gemaakt van stropdassen.
  3. En een installatie, waar je langs moet gaan terwijl je de hoofddoeken die in een rij achter elkaar hangen aanraakt. Deze handeling heeft iets weg van gebedsmolens in Tibet. Aan de onderste hoeken van de hoofddoeken hangen kleine belletjes. De hoofddoeken hebben we in Iran verzameld. Gewoon vrouwen gevraagd een hoofddoek af te staan. Een ritueel voor mijn zus. Voor die mooie stropdassenochtenden.


Altaar voor de bootvluchtelingen - hout en papier - 3,5 m x 2 ,4 meter

Meer info over dit project vindt u hier.


Gevelstenen redden die nooit hebben bestaan.

Sint Lucien Steeg; In de muur van Sint Luciensteeg in Amsterdam zijn tientalen gevelstenen gemetseld. Deze gevelstenen zijn gered na de verbouwingen van de afgelopen 200 jaar in Amsterdam. Zonder de redding van deze gevelstenen was dit project niet ontstaan.

Migratie; Ik vind dat de migratie zelf altijd vooruit loopt op wat wij allemaal rondom migratie bedenken. Dit project loopt ook dus een paar stappen achter de migratie aan. Dat is in ieder geval zeer gerust stellend. Het komt erop neer dat wij gevelstenen gaan redden die zelfs nooit hebben bestaan.

Ik; Ik woon sinds 1991 in Amsterdam. Ik ben een vluchteling uit Iran. Hier een nieuw leven opbouwen was niet makkelijk. Je moet manieren vinden om je hier thuis te kunnen voelen. Zoals de Surinamers zeggen, “je huis moet je niet bijten”.

We; We hadden allemaal onze redenen om hierheen te komen. Of we van plan waren om te komen of niet te komen, te blijven of niet te blijven, we zijn nu eenmaal hier en we doen wat we doen.

Gevelstenen ; Gevelstenen horen bij Amsterdam. Gemetseld in de muren vertellen ze verhalen van de gewone man die ooit in Amsterdam leefde. Ze vertellen verhalen van mensen die wilden laten weten dat ze er zijn.

Samen met pottenbakker Tom Bakkers hebben we met 4 (migranten)families uit Bos en Lommer 4 gevelstenen gemaakt. Deze gevelstenen zijn nu te zien in Podium Mozaïek.

Adelaar

Hij heeft een supermarkt en een restaurant. Beide zaken heeft hij Sera genoemd. Sera is een plek waar het voedsel nooit op raakt. Daarom deelt hij veel met mensen. Omdat hij gelooft dat als hij deelt met anderen niets zal opraken.

Delen heeft hij van de natuur geleerd.

“Ik was met mijn vader in de bergen. Een adelaar heeft een van onze pasgeboren lammetjes meegenomen. Mijn vader keek toe hoe de adelaar met het lammetje in zijn klauwen weg vloog. Ik vroeg waarom hij de adelaar niet dood schoot. mijn vader zei dat het lammetje voor de adelaar bestemd was. En voegde toe: ‘Verder, als ik hem dood schiet hebben we aan beide niks’.”

Fikret

Mais

“Er zijn daar grote maisvelden in een groengele kleur en we speelden in de velden. Maisvelden vol met mensen die hard werken, lachen en elkaar verhalen vertellen. Mais zorgt er voor dat we bij elkaar zijn en tijd voor elkaar hebben. Een symbool van het dierbare leven van vroeger.”

Hamyet

Hoed

“Met mijn Limburgse en Amerikaanse roots ben ik via allerlei omwegen in Amsterdam beland. Noem mij nieuwsgierig van aard en veel onderweg. Zo pik je overal wat op. Zoals deze hoed bijvoorbeeld.”

Eugene

Duif

“De duif dat ben ik zelf. De vleugels van de duif zijn mijn handen. Ik heb in de zorg gewerkt en zorg nog steeds voor anderen.”

Nanda


Duizend-en-een verhalen

Een samenwerking van jongeren uit Nederlandse azc's, scholieren, het Groninger Museum, Stedelijk Museum Zwolle en het Bonnefanten Museum.

Twee jaar geleden werd ik door iemand getipt om het boek ‘Het museum van de onschuld’ van Orhan Pamuk te lezen. Na het lezen van het boek liet het mij niet meer los. In dit prachtig geschreven verhaal versmelten twee werelden die soms pal tegenover elkaar staan, die van het oosten en die van het Westen. Ik opende de Facebook-pagina ‘Iedereen een eigen museum’. Op die pagina vroeg ik mensen om persoonlijke objecten en onderwerpen met een verhaal daarachter te delen. Het digitale museum was een feit.

Door mijn Iraanse culturele achtergrond ben ik altijd geïnteresseerd geweest in associatief werken en denken. Een mooi voorbeeld uit Perzië is: ‘Duizend-en-een nacht’, waarin al associërend een verhaal in een verhaal, in een verhaal wordt verteld, zodat duizend-en-een nacht samenvallen in een eindeloze reeks verhalen die als een enkele nacht voorbij gaan (het nederlandse ‘droste effect’).

Associatief denken kan vaak alleen herkend worden nadat het iets teweeg heeft gebracht. Het beginpunt kun je bepalen, maar het einde is onbekend. Zo zijn we het project ‘iedereen een eigen museum’ ingegaan. En zo is deze methodiek ons kleine verhaal in een haast eindeloze reeks van duizend-en-een. Het eind blijft ongewis.

Een mooie presentatie van het project vindt u HIER.


Een korte film over mij van Rens Oomens i.s.m. Stichting De Werkelijkheid. Copyright © 't Aambeeld

Naar boven